R.K. Kerk: ruim 40% draagt bij aan Kerkbalans
Geplaatst op 11 januari 2012
Bij de perspresentatie als start van de actie Kerkbalans 2012 zijn op donderdag 12 januari gedetailleerde cijfers bekend gemaakt van de inkomsten en de financiële positie van parochies en kerkelijke gemeenten die behoren tot het Rooms-Katholieke Kerkgenootschap en de Protestantse Kerk in Nederland, met resp. ruim 4 en 2 miljoen leden de twee grootste deelnemers aan Kerkbalans.
De cijfers van de PKN zijn eerder gepubliceerd in het verslag over Kerkbalans 2011 van de Raad voor de Plaatselijke Geldwerving (RPG). Drs. E.F.J. Duijsens, voorzitter van het R.-K. Economencollege, presenteerde de cijfers van de R.-K. Kerk.
Deze cijfers zijn ontleend aan de jaarrekeningen van de parochies. De totale inkomsten van parochies bestaan voor 66% uit inkomsten ‘levend geld’, hetgeen een optelling is van de bijdragen aan Kerkbalans, de collecten voor de eigen kerk en de vergoedingen voor kerkelijke diensten. De overige inkomsten (34%) zijn afkomstig uit bezittingen en beleggingen.
Levend geld
De totale inkomsten levend geld zijn in 2010 in vergelijking met 2009 met 2% gedaald en bedragen ruim € 111 miljoen (tegen € 113,3 miljoen in 2009). De inkomsten uit Kerkbalans zijn in 2010 met bijna 0,5% gedaald tot ruim € 60 miljoen; ze maken ruim de helft uit van de totale inkomsten levend geld. De inkomsten uit bezittingen en vermogen zijn in 2010 met ruim € 1 miljoen (2%) terug gelopen tot een totaal van ruim € 57 miljoen. In totaal zijn de inkomsten van de parochies in 2010 met € 3,4 miljoen gedaald (een daling van 2%) tot een totaal van ruim € 168 miljoen.
De totale uitgaven van de parochies bedroegen in 2010 ruim € 182 miljoen; deze uitgaven zijn in vergelijking met 2009 stabiel gebleven. De kosten voor gebouwen zijn met € 1,7 miljoen gedaald, daar staan extra kosten voor personeel (€ 1,6 miljoen) tegenover. In totaal hadden de parochies in 2010 een tekort van bijna € 14 miljoen (ruim 8% van de inkomsten), dat ten laste van het vermogen en de voorzieningen is gebracht. Dit tekort is groter dan in 2009 (€ 10,6 miljoen).
Inkomsten uit Kerkbalans
De inkomsten uit Kerkbalans zijn in 2010 bijna een half procent gedaald, nadat ze in 2009 al stabiel gebleven waren. Daarmee is er een eind gekomen aan de stijgingen van rond de 2% in de jaren daarvoor. Wie per bisdom de ontwikkeling tussen 2009 en 2010 beziet, constateert enkele verschillen. De bisdommen Groningen-Leeuwarden en Rotterdam hebben de inkomsten uit Kerkbalans zien stijgen. In het aartsbisdom Utrecht en in het bisdom Roermond zijn de inkomsten nagenoeg gelijk gebleven en in de andere bisdommen (Haarlem-Amsterdam, Breda en Den Bosch) zijn ze gedaald.
Wat betreft het aantal bijdragers, zien we dat 41% van de katholieke huishoudens bijdraagt aan Kerkbalans, twee procentpunten lager dan in 2009. Deze ontwikkeling ziet de kerk in alle bisdommen terug, met uitzondering van het bisdom Haarlem-Amsterdam waar de participatie gelijk is gebleven.
Volgens kerkelijke registratie waren er eind 2010 4.166.000 katholieken, hetgeen per persoon een Kerkbalans-bijdrage betekent van ruim € 14. Nemen we uitsluitend degenen die daadwerkelijk een kerkbijdrage hebben gegeven (41% van alle katholieken), dan komen we tot een gemiddelde Kerkbalans-bijdrage van circa € 36 per gever, ofwel circa € 79 gemiddeld per huishouden dat deelneemt aan de actie. In 2009 was dit bedrag € 74.
Op basis van de trend in de opbrengsten in 357 parochies kan de opbrengst van Kerkbalans in 2011 worden geschat. Naar verwachting zijn de opbrengsten in het afgelopen jaar gedaald met ongeveer 2%, tot een bedrag van € 58,9 miljoen.
Minder kerkgebouwen
In de loop van 2011 zijn dertien R.K. kerkgebouwen buiten gebruik gesteld. Van al deze kerken neemt een buurkerk de functie in het kader van parochiële samenwerking of samenvoeging over. In 2011 is één nieuwe kerk in gebruik genomen. In Nijmegen werd in de parochie H. Drie-Eenheid/Allerheiligst sacrament een hoofdkerk in gebruik genomen als vervanging van een grote kerk.
Veel van de Rooms-katholieke kerkgebouwen zijn beschermd wegens hun monumentale karakter of zijn beschermd stads- of dorpsgezicht. Van de katholieke kerkgebouwen is ongeveer 40 aangewezen als rijksmonument. Daarnaast is ongeveer 15% aangewezen als gemeentelijk monument of provinciaal monument. Deze gebouwen hebben derhalve een cultureel-historisch belang voor een veel grotere groep mensen dan alleen de eigen parochianen. Toch komt de instandhouding van deze monumentale gebouwen voor een belangrijk deel voor rekening van het R.-K. Kerkgenootschap en zijn leden, aldus drs. Duijsens bij de presentatie van Kerkbalans 2012.
Klik hier voor het volledige overzicht van de financiële cijfers van de R.K. Kerk.


